Tanzania
De nationale parken en reserves
- Arusha National Park
- Lake Manyara National Park
- Mikumi National Park
- Ngorongoro Conservation Area
- Selous Game Reserve
- Serengeti National Park
- Tarangire National Park
De nationale parken en wildreservaten
Maar liefst 25% van Tanzania wordt aangewend als nationaal park of wildreservaat (Game Reserves, Game Controlled Areas en Wildlife Management Areas). Deze zijn gesticht om de aanwezige flora en fauna te beschermen. Door de toenemende bevolking bestaat een reëel gevaar dat men zich gaat vestigen in gebieden met een grote concentratie aan wild. In een nationaal park is het niet toegestaan nederzettingen te stichten, voor lodges wordt een uitzondering gemaakt. Lodges trekken toeristen en die vormen een belangrijke bron van inkomsten voor Tanzania. In Game Reserves mogen bijvoorbeeld de Masai hun vee laten drinken.
Arusha National Park
Arusha is een klein park, maar heeft een fantastisch landschap met de imposante toppen van de op vijf na hoogste berg van Afrika: Mount Meru, welke de horizon domineert. De hellingen zijn bekleed met bergbossen, en bij de alkalische Momela meren kunt u op een heldere dag zowel de Mount Meru als de Kilimanjaro zien. Het gebied is bijzonder rijk aan vogelsoorten (570) en er leven veel soorten vlinders. Vanaf uitkijkpunten op de rand van de Ngurdoto krater kunt u grazende buffels, giraffen en wrattenzwijnen op de kraterbodem zien. U kunt in dit park wandelingen maken en er zijn verschillende picnic-plaatsen.Het park wordt vaak over het hoofd gezien, omdat men zich haast om in de Serengeti te komen. Jammer, want het park is uw bezoek zeker waard.
Lake Manyara National Park
Manyara was volgens Ernest Hemingway een van de mooiste parken die hij in Afrika aanschouwd had. Het park is weliswaar niet groot, maar van ongekende schoonheid. Er zijn dichte bossen met hoge bomen, open vlakten met baobabs en in het oosten ruige bergtoppen. Doordat het gebied zo dicht bebost is, wordt het wild spotten bemoeilijkt. Als een dier opeens uit de begroeing komt, geeft het een gevoel van echt in de wildernis te zijn. Er zijn verschillende gebieden met hun eigen vegetatie en wildsoorten te onderscheiden. Het park dankt de naam aan het Manyarameer, een ondiep sodameer met stoomspuitende geisers aan de oever. Dit meer is een habitat voor vele watervogels, waaronder flamingo's en pelikanen. Manyara is ook een van de plaatsen waar men voor het eerst in bomen klimmende leeuwen signaleerde. Het park telt zo'n 400 vogelsoorten.
Mikumi National Park
Dit park grenst aan het grootste reservaat van Tanzania, het Selous Game Reserve. Het is een van de weinige parken in Tanzania waar een hoofdweg dwars door het hart van een grote wildernis gaat. Het kan dan ook gebeuren dat u aan de rand van de weg een kudde buffels slapend aantreft. De uitgestrekte uiterwaarden van de Mkata rivier lijken een kleine replica van de Serengeti. Als het grasland onder water staat, worden de uiterwaarden bewoond door enorme kuddes gnoe's, buffels, zebra's, impala's en elandantilopen. Het park is nooit druk bezocht door internationale toeristen, maar is desondanks een prachtige plaats om te verblijven.
Ngorongoro Conservation Area
De Ngorongoro is een opgeblazen vulkaan die 3 miljoen jaar geleden net zo hoog als de Kilimanjaro was. Tezamen met het aangrenzende Serengeti National Park vormt de Ngorongoro een enorm en rijk ecosysteem. De 19 kilometer wijde, droge kraterbodem heeft ongeveer dezelfde klimatologische omstandigheden als het Serengeti National Park. Dit is dan ook de grootste publiekstrekker. Ngorongoro oefent een enorme aantrekkingskracht uit op toeristen en het is mogelijk om op bepaalde plaatsen op de kraterbodem te picknicken. De kraterwand is op het hoogste punt ongeveer 600 meter hoog en biedt (met verrekijker!) een fantastisch zicht op de bodem. In het Ngorongoro gebied zijn nog meer kraters te bewonderen. Het gebied heeft niet de status van een nationaal park, met de Masai is overeengekomen dat zij hun vee kunnen laten drinken in de krater. Niet ver verwijderd van de krater richting het Serengeti National Park, ligt de Olduvaikloof. Deze kloof wordt door velen beschouwd als een van de wiegen van de mensheid. Dit gebied is van enorme betekenis geweest voor het onderzoek naar de prehistorie en de vroegste geschiedenis van verschillende mensachtigen. Het idee dat onze vroege voorvaderen hier rondgelopen hebben, stemt tot diepe bezinning.
Selous Game Reserve
Dit is het grootste reservaat van het Afrikaanse continent. De oppervlakte komt overeen met die van Zwitserland. Het biedt plaats aan enorme kudden buffels, olifanten, nijlpaarden en antilopen. Het park biedt onderdak aan 20% van de totale Afrikaanse wilde hond populaties. In de bossen aan de rand van de rivier heeft u grote kans verschillende primaten aan te treffen: bavianen- en andere apensoorten. Leeuwen komen in grote troepen voor. Een groot deel van het park is echter ontoegankelijke wildernis. Het deel dat begaanbaar is, biedt voldoende ruimte voor fantastische verkenningen. Een bijkomend voordeel is dat veel touroperators hun aandacht op de bekende noordelijke parken richten, waardoor Selous deels verstoken blijft van toerisen. Minder dan 1% van de toeristen bezoekt Selous! Voor mensen die een 'echte' Afrika ervaring nastreven, is dit de aangewezen plaats om die ervaring te beleven. Hoeveel u van het wildleven ziet is afhankelijk van het seizoen. De beste tijd is van Juli tot Oktober, dan is het gras kort en het is niet zo vochtig warm.
Serengeti National Park
De Serengeti is waarschijnlijk het meest bekende park ter wereld. Tezamen met de Ngorongoro Conservation Area en de Masai Mara in Kenia vormt het een aansluitend ecosysteem waarin dieren zich vrij kunnen bewegen. Eénderde van het park bestaat uit grasvlakten, die het toneel zijn van de jaarlijkse migratie van ongeveer 2 miljoen dieren. De Serengeti-migratie is een jaarlijkse mars van gnoe's, zebra's, thomson- en grantgazellen van 3000 kilometer. De dieren werpen hun jongen tussen februari en maart, zodat deze voldoende kracht kunnen opdoen om aan de grote reis richting Kenia te beginnen. De cyclus begint als het gras in het zuiden is opgebruikt en de dieren naar het noorden beginnen te trekken. De migrerende dieren bereiken de Masai Mara ongeveer eind juni en trekken in september weer terug naar de Serengeti. De route en tijdstip van de migratie blijft echter onvoorspelbaar!
Zelfs buiten de migratietijd blijft er in de Serengeti voldoende wild achter om een verblijf de moeite waard te maken.
In het midden van de Serengeti ligt het Seronera-dal, een gebied dat ook rijk is aan andere dieren zoals apen, elanden, water- en rietbokken. Er is niet alleen een belangrijke waterbron, maar het dal markeert ook de grens tussen de enorme open vlakte en de beboste heuvels in het noorden.
Tarangire National Park
Tarangire is een lang en smal park en hoewel het klein is, beschikt het over grote wildconcentraties en veel vogelsoorten (550). Dit schitterende park ligt aan de rand van een leefgebied dat zich uitstrekt tot aan Amboselli National Park in Kenia. Doordat de Tarangire Conservation Area een aaneengesloten gebied vormt met het park, maakt het migratie voor de wilde dieren mogelijk. De concentratie van dieren is dan ook vergelijkbaar met die in de Serengeti en Ngorongoro. In de droge tijd kunnen grote kudden olifanten de zanderige rivierbedding omwoelen op zoek naar water. Het gebied rond de rivier is dan een verzamelplaats voor alllerlei soorten dieren. Het is een van de weinige plaatsen waar de gerenuk (giraffe-antiloop) en elandantiloop zich ophouden. Tarangire kent ook het fenomeen van de in bomen klimmende leeuwen. Een groot voordeel: er komen niet veel toeristen.

